Lector aan het woord: Theo Schut

In de rubriek lectoren aan het woord staat deze maand Theo Schut centraal. De heer Schut is sinds maart 2009 lector Ondernemerschap bij het Instituut voor Commercieel Management aan Hogeschool Rotterdam.

U bent lector bij het Instituut voor Commercieel Management. Wat houdt uw functie in?

Als lector ondernemerschap bij het instituut commercieel management wil ik de huidige vraagstukken in de arbeidsmarkt verbinden aan de opleidingen in het instituut, maar ook Hogeschool-breed. Ik probeer de docenten en de studenten en de bedrijven samen te brengen zodat hun wederzijdse interesses (en kennis en ervaring) elkaar tegemoet komen.

Naast lector ben ik ook vice-voorzitter Dagelijks Bestuur en Voorzitter Kring Drechtstreek, Kamer van Koophandel Rotterdam en voorzitter Marine Club Rotterdam. Het lectoraat Ondernemerschap zou veel meer een hogeschoolbreed lectoraat moeten worden. Een fysiotherapeut bijvoorbeeld, wordt later ook een ondernemer. Wij hebben op Hogeschool Rotterdam meerdere curricula waarbij de studenten zich kunnen storten op veel vragen vanuit de markt.

Wat is uw visie van de Ideale haven?

De haven van Rotterdam is meer dan alleen zeeschepen, vrachtauto’s, binnenvaart en containers. Het is een Haven- en Industrieel Complex en bestaat uit talloze bedrijven (ook in de chemie, petrochemie en bijv. in de maakindustrie) en er zijn vele en verschillende arbeidsmogelijkheden. Het zou een Ideale Haven zijn wanneer men dit kan inzien en uit een andere hoek de haven bekijkt.

Heeft u wel eens een werkbijeenkomst van de Ideale haven bijgewoond?

Ja, ik ben door Frits Blessing uitgenodigd en was aanwezig bij de opening van het Lectoraat vorig jaar en ook bij een van de werkbijeenkomsten. Ik vind de werkbijeenkomsten zeer interessant. Er wordt goed geprobeerd een match te maken tussen de hogeschool en de buitenwereld; de arbeidsmarkt. Er wordt een kenniscentrum ontwikkeld.

Wanneer is de samenwerking tussen lectoraat en een instituut ideaal?

Wanneer een lectoraat in alle mogelijke curricula aanwezig is en de verbinding tussen de actuele vraagstukken uit de markt en de kenniscentra goed verloopt. Wanneer de docenten en de studenten goed op de hoogte zijn van de wederzijdse werkzaamheden.

Waarom zou de haven een uitdaging moeten zijn voor studenten van uw instituut?

Zoals ik eerder heb gezegd is de haven niet alleen verkeer, vervoer en infrastructuur; het is een ook een ideale vestigingsplaats voor het petro-chemisch en overig Industrieel Complex. Ook zijn er talloze bedrijven actief in de maakindustrie met talloze technische vraagstukken die door onze (economische en technische) studenten beantwoord kunnen worden.

Wat zijn uw ervaringen met de haven?

In de jaren ’80 was ik tien jaar lang actief in de haven- en vervoersector voor de gemeente Rotterdam, lid van het management team Economische Zaken en ook secretaris van de Raadscommissie Haven- en Economische Zaken. In de tijd van de start van de verschillende projecten zoals de distributiecentra Eemhaven, Botlek en Maasvlakte was ik nauw betrokken, dus ik heb heel wat ervaringen toe in de haven opgedaan. Ik ben momenteel ook bezig met een project op RDM genaamd Prometics (zie ook www.prometics.nl), het eerste industrieel maakbedrijf, een prototype atelier op RDM Innovation Campus.

Dit is een industrieel prototypebedrijf, actief voor een brede groep van opdrachtgevers ook in het midden- en kleinbedrijf. In de inspirerende omgeving van het RDM Innovation Dock zijn we elke dag actief met innovatie. Er worden prototypen en productieseries gemaakt van elk industrieel product en elk onderdeel. Bovendien worden zowel studenten van Albeda als van de Hogeschool Rotterdam daar nauw bij betrokken.